HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
vrij algemeen
Algemeenheid statistiek
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Niet bekend.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. & Corver, S.C., Doorenweerd, C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
September 15, 2013, 4:07 pm
Familie: Bucculatricidae, ooglapmotten (subfamilie ')
 
 
Amerikaanse ooglapmot
Bucculatrix ainsliella  Murtfeldt, 1905
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/det/foto: J. van Roosmalen, Beekbergen, Prov. Gelderland, 5.viii.2011)
 
 

Bucculatrix ainsliella in Nederland

Bucculatrix ainsliella werd in 2009 en 2010 voor het eerst aangetroffen in Wezep en op naam gebracht met genitaliŽn en DNA barcoding. Bij gericht zoeken op Amerikaanse eik maar ook in collecties, bleek echter dat de soort al wijd verspreid in Nederland voorkwam met vondsten die zelfs terug gaan naar 1989 uit Amersfoort. B. ainsliella is in Nederland geÔntroduceerd vanuit Noord-Amerika.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van . B. ainsliella is het makkelijkst te verwarren met B. ulmella, maar let ook op andere Bucculatrix soorten. De adulten van B. ainsliella hebben een duidelijkere witte rand rondom de zwarte vlek op de voorlvleugels dan bij B. ulmella. Ook heeft B. ulmella een rode kopbeharing, Bij B. ainsliella is dit aan de randen wit en naar het midden toe rood tot zwart. De coconnetjes zijn makkelijk herkenbaar.

Levenswijze 'biologie'

De typische Bucculatrix beginmijntjes of raamvraat op Amerikaanse eik alleen geven geen betrouwbare determinatie omdat B. ulmella incidenteel ook op Amerikaanse eik voorkomt. De geribde coconnetjes van B. ainsliella zijn echter spierwit, vuilwit tot bruin bij B. ulmella. De coconnetjes kunnen op de bladeren, stengels, stam of omringende vegetatie aangetroffen worden. In Noord-Amerika zijn er perioden waarin B. ainsliella zo massaal voorkomt dat hele eiken bruin kleuren en er zo veel coconnetjes op en rondom de bomen zijn dat het irritatie veroorzaakt bij mensen.

Etymologie

De soort komt van oorsprong uit Amerika en bedacht door Nieukerken & Doorenweerd (2011): en als zodanig geaccepteerd. Hoewel deze nieuwkomer in uitgebreid in de pers is gekomen onder deze naam, hebben Kuchlein et al. (2011; Kleinevlinders) deze voor hun nog onbekende nieuwkomer opzettelijk anders gedoopt in 'Amerikaans dwergmijnmotje'; hiermee het eerste synoniem voor de soort. Ooglapmot verwijst naar de verdikte antennebasis, die in rust over het oog valt. Te verwarren met oogklepmotten (= Opostegidae).

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

In Nederland enkel op Amerikaanse eik (Quercus rubra) aangetroffen, in Noord-Amerika komt B. ainsliella ook voor op andere rode eiken (red oaks; Quercus section lobatae). Omdat B. ainsliella monofaag is, is het onwaarschijnlijk dat ze zal overstappen op onze inheemse eiken (Q. robur en Q. petreae) die behoren tot de witte eiken (white oaks, Quercus section Quercus).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


De soort kan worden verward met:


Bucculatrix albedinella
witte iepenooglapmot

Bucculatrix ulmifoliae
donkere iepenooglapmot

Bucculatrix ulmella
eikenooglapmot


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.