WETENSWAARDIGHEDEN
 
Afmeting in spanwijdte
13-18 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeer zeldzaam
Migrant?:
nee
 
HERKENBAARHEID
   
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Ernstig bedreigd. Bekend van nog twee vliegplaatsen, betreffend een relatief klein gebied.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
| Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
August 1, 2017, 12:18 am
Familie: Pterophoridae, vedermotten (subfamilie Platyptiliinae)
 
 
fraaie muizenoorvedermot
Oxyptilus parvidactyla (Haworth, 1811)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: T. Muus, Harkema, Prov. Friesland, 14.vi.2008)
 
 

Oxyptilus parvidactyla in Nederland

Een zeldzame tot tegenwoordig zeer zeldzame soort, die in de laatste eeuw slechts sporadisch werd waargenomen. In de periode van 1865-1882 werd de soort in tien uurhokken gevonden, waar in totaal enkele tientallen exemplaren zijn gevangen. Daarna is de soort zo'n 70 jaar niet meer gezien, maar omstreeks 1940 werd O. parvidactyla opnieuw gevonden in het Gooi (Utr.). In 1968 werd een exemplaar in Maastricht (ZL.) aangetroffen (med. Gielis.) en vervolgens zijn er in 2004 opnieuw exemplaren gesleept uit een vegetatie met veel muizenoor in de omgeving van Oostermeer (Fr.) (Huisman et al., 2006a).

De vindplaatsen bevinden zich vooral op droge en tamelijk zonnige locaties bij bosranden, houtwallen en bermen met veel muizenoor (Hieracium pilosella). Zeer waarschijnlijk zijn er her en der enkele kleine, oude populaties die nog steeds ontdekt kunnen worden.

Herkenning

De vlinder vliegt van mei tot juli, al vliegend om de waardplant. Zij vliegt tamelijk vroeg, vergeleken met de andere soorten uit het genus. De spanwijdte bedraagt 13-18 mm en daarmee is de soort ook een van de kleinere soorten binnen het genus.

De voorvleugels zijn grijsbruinig, donkerder dan de andere soorten. De lichtere banden komen goed tot uiting, met tussen de basis en de costa nog een lichtere zone. Bij de apex zijn de vleugels afgekromd, dan recht, bij andere soorten loopt dit vaak nog gekromd door. Ondervleugels diep grijs, met op de onderste veer een donkere, vrij brede schubbenborstel die richting de apex dan niet erg versmalt. Daardoor ontstaat een meer blokvormige schubbenborstel, anders dan bij verwanten uit het genus.

Levenswijze 'biologie'

Eieren worden afgezet aan de onderzijde van het blad (Gielis, 1996a). De rups leeft vanaf augustus tot in april. De rups leeft eerst van de jonge bladeren en pas later werken zij zich in het centrale deel, de rozetten van de plant. Verpopping vooral tegen de stengel van de plant (Gielis, 1996a).

Etymologie

Veder = veer, verwijst naar de veerachtige vertakkingen van de vleugels.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

In Nederland vooral muizenoor (Hieracium pilosella), mogelijk ook stijf havikskruid (H. laevigatum) (Gozm´┐Żny, 1962a) maar of dit voor ons land geldt valt te betwijfelen.

 



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.