MUSEUMEXEMPLAAR

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
17-25 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeer algemeen
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T.
 
LAATSTE AANPASSING
 
March 18, 2011, 7:25 pm
Familie: Depressariidae, platlijfjes (subfamilie Depressariinae)
 
 
gewone kaartmot
Agonopterix heracliana (Linnaeus, 1758)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: T. Muus, Beetsterzwaag, Prov. Friesland, iii.2007)
 
 

Agonopterix heracliana in Nederland

A. heracliana is waarschijnlijk de algemeenste soort binnen het genus Agonopterix. Zij kent een zeer brede verspreiding over Europa, in ons land is de soort overal min of meer algemeen en met name in het voorjaar kan de soort talrijk worden bevonden. Met name is dit te danken aan de waardplanten, die in elk biotoop wel aanwezig zijn, mogelijk zijn de rupsen erg polyfaag.

Herkenning

De vlinders overwinteren, en vliegen vanaf augustus tot in het voorjaar, mei. Zij komen gemakkelijk op licht, maar voorkeur voor schemerlicht, zoals verlichte ramen. De soort lijkt sterk op A. ciliella, de voorvleugeltekening is identiek. Daarnaast kan er variatie optreden in voorvleugelkleur. Diagnoses gebaseerd op de voelsprietlengte is niet doorslaggevend.
De achtervleugelfranje verschilt ten opzichte van A. ciliella door de slechts één a twéé donkere banden die over deze franje lopen. Bij A. ciliella zijn er twee banden aan de binnen- en buitenzijde van de franje, met daartussen een vijftal minder nadrukkelijke banden.


Figuur 1 A. A. heracliana, B. A. ciliella.

Ook de poten lijken iets te verschillen, meestal zijn de segmenten van de eerste vier segmenten van de tarsus bij A. heracliana overwegend donker, en gaat dan bij de tibia over naar lichtere tinten, bij A. ciliella blijft deze donkerder getint.

Verder lijkt de soort op de reeds geschrapte (maart 2011) A. capreolella. Een soort waarvan men dacht dat deze werd waargenomen in Zuid-Holland te Katwijk in 1869 (pers. meded. Ellis) en in de provincie Friesland (Oldeberkoop) in 1914 volgens “De vlinders van Friesland”. Nadere informatie over deze soorten volgt in Ent. Ber. Amst.

Levenswijze 'biologie'

De rups leeft op een groot aantal schermbloemigen, in de voorzomer (eind juni tot soms in nog in september), voedend van de bladeren die als een soort tubus wordt samengesponnen. De rupsen voeden zich ook wel met de bloemen en zaden van de plant, waarna zij verpoppen in een klein spinseltje in plantenresten op de grond (Harper et al., 2002a).
De rups is helder groengelig van kleur met zwarte wratten, nekschild met dezelfde kleur als het lichaam, nadrukkelijke wittige tot crème setae, kop wat donkerbruin tot oranjebruinig met een kleine zwarte vlek aan de weerszijden, de kop is altijd lichter van kleur.

Waardplanten of voedsel

De rups leeft op een groot scala aan planten, zoals fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), dove kervel (Chaerophyllum temulum), berenklauw (Heracleum sphondylium), roomse kervel (Myrrhis odorata), torkruid (Oenanthe), pastinaak (Pastinaca sativa), weidekervel (Silaum slilaus), zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum), peen (Daucus), heggedoornzaad (Torilis japonica) (Harper et al., 2002a). Palm (1989a) voegt hier scheerling (Conium) aan toe.




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.