HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Landelijk voorkomen
algemeen
Concept Rode lijst
Onbepaald
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?

TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
February 20, 2010, 12:32 am
Familie: Tineidae, echte motten (subfamilie Nemapogoninae)
 
 
gewoon kroeskopje
Nemapogon cloacella  (Haworth, 1828)
 
 
 

Voorkomen

Een algemene soort die verspreid over het land kan worden waargenomen. Algemeen in Nederland. In alle provincies waargenomen.

Herkenning

De hoofdvliegtijd van de adult is van mei tot in september (Pelham-Clinton, 1985a) met vroege waarnemingen mogelijk in maart, april en late waarnemingen in oktober. Ze vliegen overdag van de vroege ochtendzon tot in de late namiddag en zijn vooral talrijk met zonsondergang (Pelham-Clinton, 1985a).

De kop van de adult is okerwit tot okerbruin. De voorvleugels zijn wit met licht tot donkerbruin en okergekleurde tekening. Meest opvallend is de driehoekige vorm van twee donkere banden over het midden van de voorvleugel, gevormd door costale en dorsale vlekken bij de vleugelrand die samen versmelten tot een band over de breedte van de voorvleugel. Een een grote, duidelijke witte discale vlek en costale strigulae vlakbij de apex. Franje licht geblokt. De adulten zijn zeer variabel in kleur en tekening (Pelham-Clinton, 1985a).

Levenswijze 'biologie'

Gelijkende soorten zijn Nemapogon granella, Nemapogon wolffiella: bij deze soort is de grondkleur donkerder en zijn de donkere vlekken op de voorvleugel niet zo scherp tekend. Nemapogon ruricolella: heeft een meer uniforme okerkleurige grondkleur, vooral naar de apex toe. Nemapogon variatella: heeft een duidelijk wittere kop, voorvleugels met een lichtere grondkleur en minder donkere tekening. Nemapogon inconditella is vergelijkbaar met deze soort maar iets groter (Pelham-Clinton, 1985a).

De larven kunnen zowel binnenshuis als buitenshuis voorkomen. Binnenshuis leven ze van gedroogd fruit, gedroogde granen, noten en paddestoelen. Ook op dood hout en kurk, bijvoorbeeld in wijnkelders. Buitenshuis leven ze van paddenstoellen, vooral zwammen waaronder berkenzwam (Piptoporus betulinus) waarbij ze de zwam geheel doorboren en een webachtig spinsel maken. De larven zouden ook leven van wondhout (callus) op berken (Betula). Binnenshuis meerdere generaties, maar buitenshuis heeft de soort tot twee generaties (Pelham-Clinton, 1985a).

Etymologie

Kroeskopje verwijst naar de kopbeharing, die ten eerste prominent aanwezig is en vooral boven de ogen nogal krult (kroes). Min of meer de gewoonste soort binnen het geslacht.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Binnenshuis opgeslagen gedroogd voedsel zoals fruit, granen, noten en paddenstoelen maar ook dood hout en kurk in wijnkelders. Buitenshuis voornamelijk op berkenzwammen (Piptoporus betulinus) en wondhout (callus) op berken (Betula) (Pelham-Clinton, 1985a).

Links

Bekijk deze soort op Lepiforum.

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...

De soort kan worden verward met:


Nemapogon granella
gespikkeld kroeskopje


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.