HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
vrij zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
November 1, 2009, 3:40 am
Familie: Proxodidae, yuccamotten
 
 
bessenscheutboorder
Lampronia capitella  (Clerck, 1759)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/det/foto: K. Boele, Haren, Prov. Groningen, 16.v.2009)
 
 

Lampronia capitella in Nederland

Lampronia capitella is een vrij zeldzame en lokale soort in Nederland, voornamelijk bekend uit de noordelijke helft van Nederland, zowel in het binnenland als aan de kust.

Vermoedelijk kan soort worden aangetroffen op geschikte plaatsen waar de waardplant voldoende aanwezig is. Bijvoorbeeld op zonnige, warme standplaatsen in (verlaten) fruitboomgaarden en tuinen. In het buitenland staat de soort bekend als een pestsoort, die zelfs grote schade kan aanrichten in gaarden waar deze bessoorten gekweekt worden (Pellmyr, 1996).

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 14-17 mm. De vlinders vliegen vanaf begin mei tot aan medio juli. De adult heeft oranje kopbeharing. Voorvleugels met een donkerbruine tot zwarte grondkleur met onmiskenbare witte tekening.

Levenswijze 'biologie'

De jonge rups leeft in het najaar, ongeveer in augustus en september in de jonge groene vruchten van Ribes. De aanwezigheid van de soort is dan gemakkelijk vast te stellen door te zoeken naar aangetaste, eerder rijp wordende bessen. De rupsen overwinteren half volgroeid in een `hibernaculum` nabij de wortels van de plant. In de lente, vanaf maart-april boort de rups zich in nog jonge nieuwe uitlopers van de plant. Deze zijn te herkennen doordat deze vroegtijdig afsterven en verdrogen. De gaten in de uitlopers, waardoor de vlinder weer tevoorschijn komt (uitkruipgaten) zijn zelfs na enkele jaren nog zichtbaar (Heath & Pelham-Clinton, 1983a; Pellmyr, 1996a)

Etymologie

De rupsen leven in de jonge uitlopers (scheuten), op een borende wijze in het centrale deel.

Synoniemen:
= bessespruitvreter (PD & NEV, 1987)

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Nog jonge groene vruchten van aalbes (Ribes rubrum) of kruisbes (R. uva-crispa) (Heath & Pelham-Clinton, 1983a). In Zweden wordt de soort echter vooral op zwarte bes (R. nigrum) en in mindere mate op aalbes (R. rubrum) aangetroffen (Pellmyr, 1996a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.