MUSEUMEXEMPLAAR

Geen foto's.

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
4-5,5 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
vrij zeldzaam
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Toename; Licht uitbreidend. Waarnemerseffect; dient naar de mijnen gezocht te worden.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Nieukerken, E.J. van
 
LAATSTE AANPASSING
 
June 18, 2016, 11:19 pm
Familie: Nepticulidae, dwergmineermotten
 
 
late eikenmineermot
Ectoedemia quinquella (Bedell, 1848)
 
Vliegtijddiagram
Mijnen met rupsen van E. quinquella en E. subbimaculella (tegen de hoofdnerf) (leg/det/foto: E. van Nieukerken, Voornes Duin, Prov. Zuid-Holland, 31.x.2008)
 
 

Ectoedemia quinquella in Nederland

Begin jaren 90 voor het eerst gevonden op de Sint Pietersberg, later ook de Bemelerberg, op kalkgraslanden. Na 2000 zich kennelijk uitbreidend als gevolg van zachtere winters naar Midden- en Noord-Limburg, Achterhoek en de duinen van Voorne. Er is ook een waarneming uit Noord-Brabant. Alle vondsten betreffen mijnen, meestal met rupsen. Steeds vaker duikt de soort noordelijker op, tot op heden zelfs richting Almere.

Herkenning

Makkelijk herkenbare soort door combinatie van zwarte kop en het patroon van drie witte vlekjes op de vrijwel zwarte voorvleugels. In rust lijken het vijf vlekken, vandaar de naam quinquella (quinque=5).

De vlinder vliegt in juni tot begin juli en kan overdag gevonden worden op eikenstammen.

Levenswijze 'biologie'

Eén van de best herkenbare mijnen op eik: een sterk gekronkelde gangmijn, met de windingen dicht bijeen en vaak wat hoekig, meestal ergens midden in of aan de rand van een blad, met de uitwerpselen in een centrale lijn, later wat dikker wordend en soms de hele mijn vullend; het ei ligt meestal op de onderkant van een blad. Er zitten vaak meer mijnen per blad. De rups is lichtgeel en bij jonge rupsen ligt er op elk segment een donkerbruin rond plakje. Deze plakjes verdwijnen geleidelijk gedurende het laatste stadium (en zijn dan vaak los in de mijn te vinden), waarna men duidelijke de ventrale zenuwstreng met de zenuwknopen kan zien. Op het borststuk is een vierkant donkerbruin tot zwart skleriet te zien.

De mijnen en rupsen van E. quinquella zijn te vinden vanaf eind oktober en in november, waarschijnlijk tot begin december. De mijnen worden het meest gevonden in groene eilanden in gevallen bladeren. Vaak op los staande bomen die sterk door de zon beschenen worden of in de kroon.



De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Waardplanten of voedsel

Zomereik (Quercus robur) en minder vaak wintereik (Quercus petraea) .




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.