HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
vrij zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel en mogelijk zeer lokaal en afnemend, vooral het stedelijk district. Waarnemerseffect; dient naar de mijnen gezocht te worden.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
December 19, 2012, 5:01 pm
Familie: Nepticulidae, dwergmineermotten (subfamilie ')
 
 
bandrozenmineermot
Stigmella centifoliella  (Zeller, 1848)
 
Meer afbeeldingen:

Er zijn geen extra afbeeldingen.
U kunt deze aanbieden!
Verlaten gangmijn (leg/det/foto: J. van Roosmalen, duinen bij Egmond, Prov. Noord-Holland, 20.ix.2012)
 
 

Stigmella centifoliella in Nederland

Een zeldzame soort, die lastig te scheiden is van S. anomalella.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 5-6 mm. Voor beschrijving van de genitalia en tekeningen van de adult, zie Johansson ea (1990a).

Levenswijze 'biologie'

De larve van deze soort leeft op Rosa spec. De soort maakt bochtige gangmijnen in de bovenepidermis van het blad. De mijnen kunnen mogelijk verward kunnen worden met Stigmella anomalella, welke tevens op Rosa spec. leeft. Men dient daardoor de mijnen zeer zorgvuldig te analyseren, om de soorten met redelijke zekerheid te kunnen determineren.

De gangmijn van S. centifoliella kan van S. anomalella onderscheiden worden doordat deze eerste van begin tot eind gevuld is met een dunne centrale lijn van uitwerpselenspoor waarbij aan weerszijden een heldere zoom wordt vrijgelaten (Ellis, 2005a). De gangmijn van S. anomanella, welke verdeeld kan worden in drie fasen, is met name in de tweede fase zeer afwijkend die van centrifoliella: het uitwerpselenspoor is groenig en vult de gang volledig, in plaats van een zoom aan weerszijden vrij te laten. Voor nadere beschrijving en afbeeldingen van de mijn van S. anomanella, zie de soortbeschrijving van deze soort.

De larve is geel en kan gevonden worden juni/juli en opnieuw in september tot in november (Emmet, 1983a). Het ei wordt gelegd aan de bovenzijde van het blad en ook de larve verlaat de mijn aan de bovenzijde van het blad.

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

De naam is gebaseerd op de levenswijze van de rups, zij mineert (=mineermot). De vlinders bezitten een band over de vleugel = gelijnd.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Roos (Rosa spp.).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.