HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeer zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel en zr honkvast, de soort lijkt in omringende terreinen niet aanwezig. Waarnemerseffect; dient naar de mijnen gezocht te worden.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C., Doorenweerd, C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
June 18, 2016, 11:18 pm
Familie: Nepticulidae, dwergmineermotten (subfamilie ')
 
 
brunelmineermot
Glaucolepis headleyella  (Stainton, 1854)
 
Meer afbeeldingen:

Er zijn geen extra afbeeldingen.
U kunt deze aanbieden!
 
 

Glaucolepis headleyella in Nederland

Van deze soort is slechts één populatie bekend binnen Nederland. Deze populatie werd voor het eerst ondekt in 2000 (Kuchlein & Kuchlein-Nijsten, 2001a). De populatie bevindt zich in Oostvoorne (ZH), Groene Strand, op een vochtige, onverharde parkeerplaats met duinvallei vegetatie. Onderzoek naar andere locaties in de omgeving heeft niets opgeleverd (Huisman et al. 2004a). De vlinders vliegen van midden juni tot in augustus, de rupsen zijn het meest actief in september.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 4,3-5,8 mm. De adulten zijn redelijk goed te herkennen door de glimmend witte vlek voorbij het midden aan de voorzijde van de voorvleugel, en eenzelfde vlek daar tegenover aan de achterzijde. De vrouwtjes zijn het best te herkennen door de zwarte kopbeharing, de mannetjes hebben een donker gele kopbeharing en kunnen daardoor verward worden met E. albifasciella of E. subbimaculella. Genitaalonderzoek is dan aan te raden.

Levenswijze 'biologie'

De soort mineert in blad van brunel (Prunella vulgaris). De eitjes worden aan de bladbovenzijde afgezet. De begingang van de mijn is zeer dun, met het frass in een dunne, centrale lijn. De mijn gaat vervolgens over in een langgerekte brede blaasachtige gangmijn. De larve mineren in de onderste bladeren van de plant en verplaatsen zich via de steel naar een nieuw blad. De rups gebruikt 2 tot 3 blaadjes gedurende het larve stadium. Door deze activiteit verkleuren de gemineerde bladeren vaak tot paars. (Ellis, 2005a; Hering, 1957a; Johansson et al., 1990a).

Ongeveer 50 volle mijnen zijn door van Nieukerken in begin oktober 2001 ter plaatse gevonden, gefotografeerd en succesvol opgekweekt.

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

Brunel = voedselplant. De naam is gebaseerd op de levenswijze van de rups, zij mineert (=mineermot).

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Gewone brunel (Prunella vulgaris) (Huisman et al., 2004a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.