WETENSWAARDIGHEDEN
 
Afmeting in spanwijdte
22-35 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeer algemeen
Migrant?:
nee
 
HERKENBAARHEID
   
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
June 30, 2017, 10:10 pm
Familie: Crambidae, grasmotten (subfamilie Pyraustinae)
 
 
muntvlinder
Pyrausta aurata (Scopoli, 1763)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: T. van der Kemp, Silvolde, Prov. Gelderland, 4.vii.2009)
 
 

Pyrausta aurata in Nederland

Deze opvallende soort komt in grote delen van ons land voor en vaak is de soort zeer algemeen aanwezig. Doordat de verschillende waardplanten vaak langs sloten, velden, in tuinen en perken talrijk aanwezig zijn heeft de soort zich sterk kunnen uitbreiden. In het begin van de twintigste eeuw was P. aurata heel wat ongewoner en was de verspreiding meer beperkt tot de zuidelijke delen van het land.

Herkenning

Adulten vliegen overdag in twee aaneensluitende generaties: de voorjaarsgeneratie vliegt in april tot juni, de zomergeneratie vliegt vanaf juli tot in oktober. De soort is kenmerkend, al zijn er verschillende soorten die sterk op elkaar lijken, zoals P. purpuralis. Deze soort heeft een meer paarse gloed, terwijl P. aurata roder van kleur is. Kenmerkender is de smallere dwarsband over de ondervleugel met meer naar binnen toe nog een witte vlek bij P. purpuralis. P. ostrinalis heeft een bijna zwarte ondervleugel en op de bovenvleugel een druk patroon door de helderwitte lijnen en bleke stip zoals bij P. purpuralis.

Levenswijze 'biologie'

De eieren worden op de bladeren afgezet, meestal aan de bladonderzijde. De rupsen leven in twee generaties, de zomergeneratie leeft in de zomer in een klein spinsel waarbij de bladeren bijeen gesponnen worden. Het rupsenstadium duurt ongeveer twee weken, het popstadium neemt doorgaans niet veel langer dan een week in beslag. De overwinterende generatie leeft op dezelfde wijze als de zomergeneratie, maar gedurende de winter overwinteren zij als volgroeide rups in een samengevouwen bladerenomhulsel waarna zij in april verpoppen. De uiteindelijke verpopping vindt plaats in het spinsel.

De rupsen zijn variabel van kleur, eerst bleekgeel, hierna krijgen zij blauwe en rode tinten. De rupsen hebben duidelijke zwarte wratten en kennen geen nekschild dat afwijkt van de kleur van het lichaam. Op het nekschild ligt aan iedere zijde een zwarte vlek. Over de rug lopen twee lichtere banden met daartussen een weer donkere zenuwbaan.

Etymologie

De naam verwijst naar de voedselvoorkeur van de soort.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Vooral op soorten munt (Mentha), zoals in Nederland vooral watermunt (M. aquatica), aarmunt (M. spicata) en appelmunt (M. rotundifolia). Ook op wilde marjolein (Origanum vulgare), veldsalie (Salvia pratensis), citroenmelisse (Melissa officinalis), wild kattenkruid (Nepeta cataria) en soorten steentijm (Calamintha spp.) (Goater, 1986a).

 



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.