HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
algemeen
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
June 30, 2017, 9:52 pm
Familie: Crambidae, grasmotten (subfamilie Schoenobiinae)
 
 
zeggesnuitmot
Donacaula mucronella  (Denis & Schiffermueller, 1775)
 
Meer afbeeldingen:

Adult, mannetje (leg/foto: T. Muus, Olterterp, Prov. Friesland, 2.vi.2007)
 
 

Donacaula mucronella in Nederland

In heel Nederland algemeen, op vochte plekken bij sloten, meren of poelen waar de waardplanten ook te vinden zijn.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van ♂ 22-26, ϓ. Lijkt op D. forficella. De bleke voorrand op de voorvleugel, van de basis tot aan de apex, is karakteristiek voor D. mucronella. Op de voorvleugel van D. forficella loopt normaliter een donkere, bruine rechte lijn van apex tot het midden van de vleugel. Adulten vliegen van mei tot augustus.

Levenswijze 'biologie'

De rupsen groeien op in de stengels van riet en grasachtigen zoals zeggesoorten (Carex spp.), een paar centimeter boven de wortels. Een klein gaatje in de stengel op 5-7,5 cm boven de grond duidt op aanwezigheid van rupsen (Goater, 1986a).

Etymologie

Snuitmot = verwijzend naar de palpen.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Riet (Phragmites australis), liesgras (Glyceria maxima) en zegge (Carex spp.) (Goater, 1986a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.