HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeer zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Gielis, C. & T.S.T. Muus | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
August 1, 2017, 12:13 am
Familie: Pterophoridae, vedermotten (subfamilie Platyptiliinae)
 
 
streepzaadvedermot
Crombrugghia distans  (Zeller, 1847)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg. S. Corver & T. Muus, det/foto: T. Muus, Wassenaar, Prov. Zuid-Holland, 27.vii.2007)
 
 

Crombrugghia distans in Nederland

Een zeldzame soort, die voornamelijk voor lijkt te komen langs de kust in de Hollandse duinen en Zeeland. Daarbuiten slechts enkele malen waargenomen. Bij Wassenaar (ZH.) is de soort op 9.vii.2007 aangetroffen door Haasnoot. De soort was voorheen vooral bekend uit de noordelijke helft van de provincie. De vindplaatsen liggen vooral op plaatsen waar de waardplant aanwezig is, meestal op schrale, zonnige en zandige bodems.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 14-23 mm. De vlinder vliegt in twee generaties in april tot juni en dan weer in juli en september. Droge en zanderige gebieden met name langs de kust zijn kenmerkende biotopen voor C. distans.
De vleugelwijdte is 15-22 mm. Het uiterlijk lijkt sterk op de soorten in het geslacht Oxyptilus. Kenmerkend is de schubbenborstel op de achterrand van de derde achtervleugelveer, op tweederde van de lengte van de veer. Gelijkende soort: O. pilosellae, die ook langs de kust voorkomt.

Levenswijze 'biologie'

De rups is te vinden op een groot aantal planten. De rupsen van de voorjaarsgeneratie leven in de centrale delen van de plant (Gielis, 1996a). De zomergeneratie leeft van de bloemen en bloemknoppen en rust tijdens warm of slecht weer onderin de plant. De verpopping vindt plaats tegen de stengel of aan de onderzijde van het blad.
De rupsen zijn oranje tot helder rood tot rozebruin, met opvallende witte setae, zwart nekschild en zwarte kop. Volgroeide rups met lengte van 7-9 mm.

Etymologie

Fijntand = de zwarte schubben aan het 3e lid van de achtervleugel. Veder = veer, verwijst naar de veerachtige vertakkingen van de vleugels.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

De soort is sterk gebonden aan klein streepzaad (Crepis capillaris).
Ook wel op smal streepzaad (C. tectorum), muizenoor (Hieracium pilosella) en echt bitterkruid Picris hieracioides (Hannemann, 1977a), hoenderbeet (H. amplexicaule) en buiten ons land ook gevonden op Crepis succifolia, C. conyzaefolia, akkermelkdistel (Sonchus arvensis), gekroesde melkdistel (S. asper) (Nel, 1988a), C. albida en wilde cichorei (Cichorium intybus) (Bigot & Picard, 1991a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.