WETENSWAARDIGHEDEN
 
Afmeting in spanwijdte
10-14 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
vrij zeldzaam
Migrant?:
nee
 
HERKENBAARHEID
   
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel, lokaal lichte toename.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
October 31, 2009, 11:53 pm
Familie: Choreutidae, glittermotten (subfamilie Choreutinae)
 
 
glidkruidmot
Prochoreutis myllerana (Fabricius, 1794)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: A. den Ouden, Mill, Prov. Noord-Brabant, 23.vii.2008)
 
 

Prochoreutis myllerana in Nederland

De soort is vrij zeldzaam in Nederland, maar wat minder zeldzaam dan de sterk gelijkende soort Prochoreutis sehestediana. De waarnemingen liggen verspreid door Nederland, zowel in het binnenland als aan de kust.

Herkenning

De adult is dagactief en vliegt in twee generaties in mei en opnieuw in juli en augustus.

De soort is pas in 1939 onderscheiden van Prochoreutis sehestediana (Pelham-Clinton, 1985c). De adult is qua uiterlijk zeer lastig te onderscheiden van P. sehestediana. P. myllerana verschilt van P. sehestediana (welke op dezelfde waardplant voorkomt) vooral in de mate van zilverachtige bestuiving op de voorvleugels, maar men dient genitaal onderzoek te verrichten om beide soorten met zekerheid te benoemen.

Levenswijze 'biologie'

De larve leeft op de bladeren van glidkruid (Scutellaria galericulata) en klein glidkruid (Scutellaria minor) (Smith, in Kimber, 1998a; Pelham-Clinton (1985c). De jonge larve veroorzaakt venstervraat en maakt aanvankelijk een zijdenachtig spinsel welke bedekt wordt met uitwerpselen. Naarmate de larve groter wordt, trekt het de randen van het blad samen met spinseldraden en rolt het blad op tot een kokertje waarin het leeft, gevuld met spinsel en uitwerpselen (Smith, in Kimber, 1998a). Uit recente kweekervaringen van Smith blijkt dat de larve in kweekexperimenten vanaf het najaar in diapauze gaat, en als larve overwintert.

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

De familienaam 'glitter' duidt op de zilveren schubben (glitters) op de voorvleugel van enkele soorten; maar ook 'glid' van 'glidkruid' (voedselplant van enkele soorten) heeft een rol gespeeld.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Glidkruid (Scutellaria galericulata) en klein glidkruid (Scutellaria minor) (Kimber, 1998a; Pelham-Clinton, 1985c).

 



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.