MUSEUMEXEMPLAAR

Geen foto's.

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
15-19 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeldzaam
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T.
 
LAATSTE AANPASSING
 
August 12, 2013, 2:28 am
Familie: Tortricidae, bladrollers (subfamilie Olethreutinae)
 
 
kaardebolbladroller
Endothenia gentianaeana (Hubner, 1799)
 
Vliegtijddiagram
Adult ex. pupa (leg/det/foto: G. Sinnema, Schilbolsnol, Texel, Prov. Noord-Holland, 16.v.2011)
 
 

Endothenia gentianaeana in Nederland

Een zeldzame soort die op basis van rupsenvondsten meerdere malen in het zuidelijk deel van ons land werd vastgesteld. In 1942 werd de soort definitief ontdekt door Bentinck, maar er blijven onduidelijkheden over het eerder verzamelde materiaal. E. gentianaeana is naar alle waarschijnlijkheid vrij algemeen in het zuidelijk deel van het land, maar veel van het van oudsher verzamelde materiaal bleek gedetermineerd als E. oblongana en E. marginana die inmiddels ook in ons land zijn vastgesteld. Lempke (1984a) noemde eerdere exemplaren gevangen in Overveen (NH) wat later onjuist bleek. Dit exemplaar was E. oblongana en dergelijk nagekeken materiaal van andere Endothenia`s bleek ook voor grote delen uit E. gentianaeana te bestaan (Koster & Van Nieukerken, 1998a).

Herkenning

De vlinders komen in de avond op licht maar vliegen ook goed in de schemering, in kruidenrijke bermen en langs akkers van mei tot begin augustus, vermoedelijk in twee overlappende generaties.

Verwarring mogelijk met de algemenere doch toch ook schaarse E. marginana. Ondervleugels bij E. marginana meestal lichter, met donkere randzone, voorvleugels bij E. gentianaeana met enige ronding, bij E. marginana eerder recht tot zelfs iets afgebogen naar binnen toe.

Levenswijze 'biologie'

De rupsen leven in de zaadhoofden van verschillende Dipsacus-achtigen, soms ook in de bloemen, bij bladeren of in de stelen. Van buitenaf zijn er geen zichtbare vraatsporen die de aanwezigheid van de rupsen kunnen verraden. Van september tot (na de overwintering) mei in de stelen en zaden van de plant. De rups is dofgroen tot witgrijs, pinacula met dezelfde kleur als het lichaam of bruingrijzig. Kop en nekschild donkerbruin, anale schild lichtbruin. Setae of beharing kort, wittig van kleur. De verpopping vindt in mei plaats, in een wat dichtgesponnen vraatgang in het centrale deel van een zaadhoofd (Bradley et al., 1979a).

Waardplanten of voedsel

Vooral Grote kaardebol (Dipsacus fullonum, syn. D. sylvestris, D. silvester), maar ook ruige weegbree (Plantago media), "stengelloze gentiaan" (Gentiana acaulis), Duitse gentiaan (G. germanica), ogentroost (Euphrasia), ossentong (Anchusa) en anjer (Dianthus) (Razowski, 2003a).




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.