WETENSWAARDIGHEDEN
 
Afmeting in spanwijdte
8-10 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
zeldzaam
Migrant?:
nee
 
HERKENBAARHEID
   
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
July 15, 2017, 1:09 am
Familie: Elachistidae, grasmineermotten
 
 
gepuncteerde grasmineermot
Elachista pollinariella (Zeller, 1839)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: J. van Roosmalen, duin bij Egmond, Prov. Noord-Holland, 25.5.2011)
 
Er zijn momenteel geen extra afbeeldingen.
 

Elachista pollinariella in Nederland

Een zeldzame soort die slechts af en toe wordt waargenomen. De soort is tot nu toe voornamelijk aangetroffen op de kalkgraslanden van Limburg, op de zandgronden van de Veluwe en in de duinen.

Herkenning

Vrij karakteristiek getekende soort. De voorvleugels hebben een beige witte glanzende grondkleur met drie beige-gelige dwarsbanden met donkerbruine tot zwarte schubben verspreid over de voorvleugel. De apex is afgezet met een lichtbeige dwarsband geaccentueerd met donkere schubben.

Hoewel in Nederland geen sterk gelijkende soorten voorkomen dient men bewust te zijn van gelijkende soorten die in de rest van Europa voorkomen. Het is daarom aan te bevelen vooral afgevlogen exemplaren aan genitaal onderzoek te onderwerpen. Gelijkende soorten, voorkomend in de rest van Europa: Elachista heringi (Rebel), Elachista collitella (Duponchel), Elachista subocellea (Stephens) en Elachista nolckeni (Sulcs).

Levenswijze 'biologie'

Volgens Hering (in Schütze, 1931) maakt de larve een wittige blaasachtige gangmijn, beginnend vanaf de bladtop, die de hele breedte van het blad inneemt. De soort zou een voorkeur hebben voor kleine planten van Festuca spp. in een droge omgeving (Hering, in Schütze, 1931).

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

Gepuncteerd = gestippeld.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), kweek (Elytrigia repens), Festuca arvernensis, Festuca longifolia, Festuca ovina, rood zwenkgras (Festuca rubra), beemdgras (Poa), veldbeemdgras (Poa pratensis), ruw beemdgras (Poa trivialis) en goudhaver (Trisetum flavescens) (Parenti & Varalda, 1994). Hering noemt alleen zwenkgras (Festuca) en boskortsteel (Brachypodium sylvaticum) (in: Schütze, 1931). Aangezien veel waardplanten genoemd in (Parenti & Varalda, 1994) terugvoeren op zeer oude data, Elachista pollinariella veel gelijkende soorten kent en recent ook nog gelijkende soorten (bijv. Elachista nolckeni (Sulcs, 1992)) zijn ontdekt, is het verstandig andere waardplanten dan Festuca sp. en Brachypodium sylvaticum voorlopig met voorzichtigheid te behandelen. Voor zover bekend zijn er nog geen waardplanten bekend uit Nederland. Nauwkeurige bestudering van het Nederlands collectiemateriaal zou eventueel meer informatie kunnen opleveren.

 



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.