HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
vrij algemeen
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
July 1, 2017, 11:45 am
Familie: Elachistidae, grasmineermotten (subfamilie ')
 
 
zilverpuntgrasmineermot
Elachista apicipunctella  (Stainton, 1849)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/foto: A. Baas, det. T. Muus, Diffelen, Prov. Overijssel, 14.v.2013)
 
 

Elachista apicipunctella in Nederland

Vrij algemene soort in Nederland. De soort prefereert half zonnige standplaatsen in parken en aan bosranden waar niet gemaaid wordt.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 10-11 mm.

Levenswijze 'biologie'

Het larven-stadium is uitvoerig beschreven door Steuer (1976). De mijn begint onder het midden van het blad en eindigt meestal nabij de bladbasis. De larve maakt een aan beide zijden onregelmatige uitgevreten gangmijn. De mijn is geel-groen en kenmerkt zich door een vlekkerig uiterlijk, doordat de mijn ongelijkmatig is uitgegeten en daardoor onregelmatig van diepte is. Vaak meer (2 tot 3) larven per mijn. De larve is beige met karakteristiek getekende chitineplaatjes. Zie Steuer (1976) voor afbeelding van de larve. Overwintering vindt plaats als volwassen rups in de mijn, na overwintering verlaat de larve de mijn voor verpopping (Steuer, 1976).

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

Geen nadere uitleg vereist.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Struisgras (Agrostis), glanshaver (Arrhenatherum elatius), boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), Calamagrostis arundinacea, kropaar (Dactylis), kropaar (Dactylis glomerata), smele (Deschampsia), ruwe smele (Deschampsia cespitosa), hondstarwegras (Elymus caninus), zwenkgras (Festuca), boszwenkgras (Festuca altissima), reuzenzwenkgras (Festuca gigantea), Glyceria lithuanica, witbol (Holcus), knikkend parelgras (Melica nutans), bosgierstgras (Milium effusum), ruige veldbies (Luzula pilosa), schaduwgras (Poa nemoralis), Poa remota (samengesteld uit Parenti & Varalda, 1994; Steuer, 1976).

In Nederland is de soort eileggend waargenomen op gestreepte witbol (Holcus lanatus) (mededeling: J. Windig, 2010).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


De soort kan worden verward met:


Elachista arnoldi
gelijnde zeggemineermot

Elachista nobilella
prachtgrasmineermot

Stephensia brunnichella
halsbandmineermot

Elachista geminatella
veldbiesmineermot


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.