HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
zeer zeldzaam
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Lichte toename.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
July 29, 2011, 3:12 pm
Familie: Psychidae, zakdragers (subfamilie Oiketicinae)
 
 
pluimzakdrager
Ptilocephala plumifera  (Ochsenheimer, 1810)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/det/foto: H. Soetekouw, Soest, Prov. Utrecht, 25.iv.2010)
 
 

Ptilocephala plumifera in Nederland

Een zeldzame en vaak lokale soort die enkel wordt waargenomen op de zandgronden in Utrecht, Gelderland en Overijssel, in 1941 ook eens gevonden in Blaricum (Noord-Holland). Recentelijk zijn er ook populaties ontdekt in Drenthe bij Dwingeloo, Balkbrug en Staphorst. Omdat de rupsen en zakjes moeilijk te vinden zijn is deze soort waarschijnlijk altijd al weinig gevonden.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 11-15 mm. Een vroege soort, met adulten in (eind) maart en april. De vlinders zijn herkenbaar door de bijzonder breed gevederde voelsprieten. Zij vliegen in de eerst helft van april, op zonnige ochtenden tussen 9.00 en 14.00 uur. Lijf en kop vaalzwart, met dichte beharing. De vleugels zijn tamelijk korter dan andere soorten, in verhouding tot het lichaam. Vleugels vrij doorzichtig. De wijfjes zijn vleugelloos.

Levenswijze 'biologie'

De rups leeft van mei-juni, tot na de overwintering, maart. De soort overwintert mogelijk als volgroeide rups. De zak bestaat uit takjes, delen van grasstengels, zandkorrels en delen van mos (lengte ongeveer 9-12 mm). De soort komt voor op heidegronden waar de rups doorgaans dicht bij de grond leeft onder heidepollen. De zakjes verlaten de pollen en spinnen zich vast op een tapijt met mossen, vaak op zonnige en open delen van het terrein. Onregelmatigheden op een mostapijt zijn zakjes, die soms in hoge aantallen te vinden zijn.

Etymologie

Verwijst naar de pluimvormige antennen van de mannelijke vlinders.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Mossen en soms ook algen. In de literatuur ook vermeld: lage grassen en kruiden zoals tijm (Thymus) en ook heide (Calluna) (Hermann, 1994a).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...


De soort kan worden verward met:


Epichnopterix plumella
graszakdrager

Phalacropterix graslinella
veenheidezakdrager


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.