HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
inheems
Algemeenheid statistiek
vrij algemeen
Algemeenheid (schatting)
-
Migrant?:
standvlinder
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Sterke tot matige toename. Was bekend van het noordelijke areaal, hier elk jaar talrijker met melding van meer adulten op licht en tientallen mijnen per waardboom. Lijkt vanuit de zandgronden (stabiel) zeer matig het westen te koloniseren.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Corver, S.C. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
December 12, 2009, 7:32 pm
Familie: Eriocranidae, purpermotten (subfamilie ')
 
 
variabele purpermot
Eriocrania semipurpurella  (Stephens, 1835)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder (leg/det/foto: H. Damman, Vriezenveen/Kloosterhaar, Engbertsdijksvenen, Prov. Overijssel, 5.iv.2009)
 
 

Eriocrania semipurpurella in Nederland

Een tamelijk algemene soort die overal kan waargenomen, in het noorden van het land minder algemeen (Huisman et al., 2006a). Door de aanwezigheid van de witte vlek op de voorvleugel is verwarring met E. sangii mogelijk, maar bij deze soort is de vlek vaak wat doffer en geliger getint.

Herkenning

De vlinders kennen een spanwijdte van 10-16 mm. De adulten vliegen overdag in de zon, net als de andere Eriocrania-soorten. De vlinders zijn vooral rond de voedselplant aan te treffen in maart en april.

De adulten zijn moeilijk op het uiterlijk te onderscheiden van Eriocrania sangii zonder onderzoek naar de genitalia. Zowel Eriocrania semipurpurella als sangii hebben een licht gouden vlek aan de buitenrand op de bovenvleugels. De tekening en kleur van semipurpurella is zeer variabel. E. semipurpurella is wel met zekerheid van sangii te onderscheiden in het larvale stadium.

Levenswijze 'biologie'

De larven van semipurpurella zijn wit/beige geel van kleur, sangii daarentegen is grijs.

De larven vormen een blaasmijn op berk. De blaasmijn begint met een kleine gang aan de bladrand en gaat later over in een grote blaasmijn. De mijn is gevuld met frass in lange draden. De larven zijn wit/beige geel van kleur en hebben een bruine kop. De larven zijn te vinden van maart tot in mei. Voor een gedetailleerde beschrijving van de mijnen en larven zie Ellis, 2005a.

De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Etymologie

Purpermot, afkomstig van het Zweedse 'Purpurmalar', de vlinders hebben een purperachtig uiterlijk. De soort is variabel, meestal rood van kleur, maar soms ook meer purper, blauwachtig tot zelfs geel.

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Berk (Betula).

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...



 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.