HERKENBAARHEID
 
 
WETENSWAARDIGHEDEN
 
Nationale status
standvlinder
Landelijk voorkomen
algemeen
Concept Rode lijst
Onbepaald
 
WANNEER VLIEGT DE VLINDER?
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Kaarten op Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Hoe kan ik bijdragen?
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. | Bronnen
 
LAATSTE AANPASSING
 
February 20, 2010, 12:24 am
Familie: Psychidae, zakdragers (subfamilie Taleporiinae)
 
 
sigaarzakdrager
Taleporia tubulosa  (Retzius, 1783)
 
Meer afbeeldingen:

Vlinder, wijfje (leg/det/foto: S. Pruiksma, Ede, Prov. Gelderland, 1.vi.2010)
 
 

Voorkomen

Een algemene soort die verspreid over het land kan worden waargenomen maar vooral op de zandgronden en in de duinen. Landelijk gewoon en verspreid door heel Nederland. De zakjes zijn goed herkenbaar en door hun formaat worden zij vaak gevonden. Zakjes worden soms veel aangetroffen, op heiden, venen en schraalten in het binnenland en de duinen, maar ook daarbuiten in bossen, parken en tuinen.

Herkenning

De adulten vliegen vanaf mei tot half juli. Mannetjes hebben donkergrijze tot bruingrijze vleugels met vaak een opvallende rasterachtig patroon en nervatuur. De vrouwelijke exemplaren zijn vleugelloos, met een groot cilinderachtig lichaam en een verkorte en smalle legbuis. Mannetjes komen in de schemering matig op licht. Overdag zijn zij soms talrijk aan te treffen wanneer zij laag over de vegetatie op zoek zijn naar wijfjes.

Levenswijze 'biologie'

Rupsen kennen een overwintering als halfvolgroeide rups, van augustus tot mei. Het komt zelden voor dat de rups er twee jaar over doet voordat zij volgroeid zijn. De lange, sigaarachtige zakjes (lengte 14-21 mm) worden hangend aangetroffen in de voorzomer ongeveer op de helft van de lengte op pijpestrootje (Molina caerulea) en op verschillende vrijstaande bomen. Zelden ook op andere plekken zoals paaltjes. Zakjes worden vrij laag bij de grond aangetroffen, tot een maximale hoogte van 60 cm.

De kop is zwartachtig bruin, de thoraxsegmenten zijn voorzien van zwarte plaatjes. De grondkleur van het lichaam is gelig bruin. Wijfjes zetten de eieren af in de zak (Hättenschwiler, 1985a).

Etymologie

Verwijst naar de sigaarvormige larvale zak.

Synoniemen:
= kokermotje (bron onbekend, in: Wolfskeel, 2006)

Waardplanten of voedsel Voor referenties, zie linkermenu "Bronnen"

Grote variatie aan boomalgen en plantaardige materialen.

Links

Bekijk deze soort op Lepiforum.

 
VERSPREIDING

Bekijk eerdere periodes...

De soort kan worden verward met:


Lampronia fuscatella
berkengalmot

Incurvaria koerneriella
beukenbladsnijdermot

Prays ruficeps
bruine essenmot


 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.