MUSEUMEXEMPLAAR

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
8-9 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
algemeen
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Stabiel.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. & Corver, S.C.
 
LAATSTE AANPASSING
 
October 25, 2010, 12:52 am
Familie: Bucculatricidae, ooglapmotten
 
 
zeeasterooglapmot
Bucculatrix maritima (Stainton, 1851)
 
Vliegtijddiagram
Vraatsporen. Microlepidoptera Excursie (leg: Microlepidoptera.nl Team, det/foto: S. Corver, Schiermonnikoog FR, 21.vii.2010)
 
Er zijn momenteel geen extra afbeeldingen.
 

Bucculatrix maritima in Nederland

De soort is algemeen tot zeer algemeen aan de kustgebieden, voornamelijk Zeeland en de Waddeneilanden en is eigenlijk altijd aan te treffen waar de waardplant, zilte (Aster tripolium) groeit.

Herkenning

De adult vliegt in twee generaties, in juni-juli en opnieuw in augustus-september.

De soort is goed herkenbaar. De vleugels zijn rookbruinig, zandkleurig bruin tot iets roodbruinig. Het komt vaak voor dat de tekening zowaar ontbreekt. Getekende exemplaren bezitten vanaf de basis lopend een witte wortelstreep, die in contact staat met twee haakvormige witte vlekken midden op de vleugel. Zowel bij vale exemplaren als getekende exemplaren zijn er twee (deels) witte haakvormige vlekken aan iedere zijde van de vleugel, richting de vleugelpunt, daartussen is er een kleine zwarte stigmavlek. Kopbeharing overwegend wit, met soms een opvallend oranje centrum. Te verwarren met B. noltei, maar bij deze soort ligt de zwarte stigma in de apexpunt/vleugelpunt, in tegenstelling tot bij B. maritima is de vleugelfranje veel lichter gekleurd.

Levenswijze 'biologie'

De larven mineren in het blad van (Aster tripolium) (Emmet, 1985a; Ellis, 2005a). Aanvankelijk is het een dunne gangmijn welke door kan lopen tot in de stengel. De uitwerpselen liggen in een dunne lijn in de gang (Ellis, 2005a). Later maakt de larve blaasmijnen waarin ze kort tot de verpopping leven of leven de larven vrij, waarbij ze venstervraat veroorzaken (Ellis, 2005a). De verpopping vindt plaats in een rib-achtige cocon in de strooisellaag of aan de plant (Emmet, 1985a; Kimber, 1998a). Voor afbeeldingen en een uitgebreide beschrijving van de larve en de vraatsporen, zie Ellis (2005a).



De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Waardplanten of voedsel

Zilte (Aster tripolium) (Emmet, 1985a; Ellis, 2005a).




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.