MUSEUMEXEMPLAAR

 
FEITEN
 
Afmeting in spanwijdte
7-8 mm
Nationale status
inheems
Voorkomen:
vrij algemeen
Migrant?:
nee
Herkenbaarheid
 
 
TOE- OF AFNAME (TREND)
 
Toename, ook in areaal.
 
RECENTE VONDSTEN
 
Waarneming.nl
 
FOTO AANBIEDEN
 
Instructies? klik hier!
 
AUTEUR(S)
 
Muus, T.S.T. & Corver, S.C.
 
LAATSTE AANPASSING
 
September 18, 2011, 5:53 pm
Familie: Bucculatricidae, ooglapmotten
 
 
margrietooglapmot
Bucculatrix nigricomella (Zeller, 1839)
 
Vliegtijddiagram
Vlinder (leg/det/foto: T. Muus, Beetsterzwaag, Prov. Friesland, 29.v.2008)
 
 

Bucculatrix nigricomella in Nederland

Een schaarse soort, die over het hele land voorkomt. De soort is vooral bekend uit het zuidelijk en centrale deel van Nederland. In het noorden bijna ontbrekend, al dan wel recentelijk gevonden in Friesland. De soort wordt nog het meeste gevonden als er gekeken wordt naar de mijnen. De vlinders worden minder vaak gezien en wordt dus nog wel eens over het hoofd gezien (pers. meded. S. Koster).

Herkenning

De adult vliegt in twee generaties, van april-mei en opnieuw in augustus (Emmet, 1985a).

De adult is een donkere soort met een opvallend vuilwitte kop, voornamelijk de ooglappen zijn vuilwit, met daartussen geen oranje maar een bruingrijze kopbeharing. Voorvleugels diep grijsbruin tot soms bijna grijszwart, met vanaf de basis een lichtere wortelstreep met in het midden van de vleugel langs de bovenrand nog een witte vlek. Deze is vooral krachtig aanwezig bij het wijfje. Aan de boven- en onderrand van de vleugel dichter naar de vleugelpunt toe nog een tweetal lichtere vlekken. De vlekken zijn meestal wittig, geelwit tot crème rozewittig. Voelsprieten donker, het uiteinde is lichter.

Levenswijze 'biologie'

De larve mineert het blad van margriet (Leucanthemum vulgare). De mijn start als een klein spiraaltje en gaat geleidelijk over in een zeer lange, dunne slingerende gang waarbij de uitwerpelen in het begin nog dik in de mijn ligt. Later wordt het uitwerpselenspoor steeds dunner en meer onderbroken (Emmet, 1985a; Ellis, 2005a). Volgens Emmet (1985a) is de mijn meestal bovenzijdig maar kan ook als een onderzijdige mijn starten. De volwassen mijn is meestal voldiep. De larven kunnen ook hun mijn verlaten en een nieuwe mijn starten op een nieuw blad (Emmet, 1985a). De verpopping vindt plaats aan de onderzijde van het blad, stengel of naburig blad, in een witte cocon (Emmet 1985a).



De biologie van deze soort is uitgebreid beschreven op Bladmineerders.nl

Waardplanten of voedsel

Margriet (Leucanthemum vulgare) (Emmet, 1985a; Ellis, 2005a)




 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.