Nieuw in Nederland: de hopsteltmot, Caloptilia fidella

Gepubliceerd op 21 oktober 2009 door Arnold Schreurs, Martien van Stiphout & Tymo Muus
 
Pas geleden meldden wij de vondst van Phyllonorycter issikii, een mineerder die nieuw was voor ons land. Bijna gelijktijdig met deze vondst werden ook mijnen van Caloptilia fidella gevonden. In een kort tijdsbestek is Nederland dus twee soorten rijker!

Uitbreiding of over het hoofd gezien?

In de eerste helft van september werden verschillende vraatsporen van een vermeende mineerder gevonden op hop (Humulus lupulus) door Arnold Schreurs en Martien van Stiphout. Het bleek te gaan om Caloptilia fidella. Mijnen werden aangetroffen in Kerkrade, Posterholt en in het Meinweggebied bij Herkenbosch (prov. Zuid-Limburg). Dat de aanwezigheid op diverse plaatsen werd bevestigd zegt iets over de wijze waarop de soort in Nederland voorkomt. Het is schijnbaar een onopvallende soort die al langer in het zuiden van ons land aanwezig is. In het buitenland is het vaak een gewone soort, maar met uitzondering voor BelgiŽ, Luxemburg en de Britse en Ierse eilanden. Zij is hier (nog) niet opgemerkt. Ook in ScandinaviŽ en een tal van landen rondom het Middellandse Zeegebied maar dit past ook minder goed in het Midden-Europese verspreidingsbeeld. Het is dus zeer aannemelijk dat er sprake is van een over het hoofd geziene soort.

Een van de weinige hop-mineerders

De soort is zeer goed te herkennen aan de vraatsporen. De rupsen maken eerst kleine gangmijnen, dan wat grotere venstermijntjes en vervolgens rollen zij de bladpunten van de waardplant in. De enige andere mineerder die op hop leeft is Cosmopterix zieglerella, deze maakt zeer lange mijnen tegen de bladnerf aan.
C. fidella is monofaag op hop. De bladrollen kunnen worden gevonden van half mei tot in juli, wederom in augustus tot begin oktober.

De vlinders worden gekenmerkt door de opvallende vlek op de voorvleugel die in tegenstelling tot C. falconipennella geleidelijk smaller wordt richting de vleugelpunt. Mannetjes tonen meer wittere vlekken, bij de wijfjes zijn deze doorgaans geler tot volledig geel. De poten zijn prachtig wit van kleur, evenals de palpen ook opvallend licht zijn.
De soort overwintert als vlinder van oktober tot in mei, gedurende de zomer kan zij ook worden aangetroffen maar in beduidend lagere aantallen.

Categorie: Faunistiek | Terug naar nieuwsoverzicht | Ouder | Nieuwer


 
 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.