Recente publicaties melden drie nieuwe bladrollers in Nederland

Gepubliceerd op 11 november 2018
 
Eucosma balatonana op 10 mei 2018 te Eys (foto: Jan Borst)

Deze week werden drie nieuwe soorten bladrollers geïntroduceerd voor de Nederlandse soortenlijst: het bitterkruidknoopvlekje (Eucosma balatonana), de larikskegelmot (Retinia perangustana) en de splinter- boogbladroller (Acleris umbrana). Stuk voor stuk bijzonder fraaie soorten. De bevindingen werden gepubliceerd in het tijdschrift Entomologische Berichten.

Bitterkruidknoopvlekje
In het voorjaar van dit jaar stelde Jan Borst een Eucosma, op 10 mei 2018 gefotografeerd Eys te Zuid-Limburg, ter discussie waarna het bleek te gaan om een nog niet eerder uit ons land gemelde Eucosma balatonana. De soort bleek al stevige populaties te hebben in de zuidelijke provincie, want Jan trof hier samen met Jurriën van Deijk (De Vlinderstichting), zo’n 20 exemplaren aan. Het bleek niet de eerste vondst voor ons land: ook John van Roosmalen zag op 19 juni 2015 vier exemplaren en Thijs Knol op 9 juni 2013 op dezelfde locatie op licht. Toevalligerwijze werd één dag voor laatstgenoemde vondst een serie exemplaren op 8 juni door Tymo Muus uit de vegetatie gesleept. Naar aanleiding van deze vondsten werd de soort ook dit jaar op 14 mei 2018 te Sint Joost door Carlo Schaefer ontdekt (bron: Waarneming.nl). Niet ver gelegen van deze vindplaats bevindt zich Berkelaar, waar op 11 mei 2015 door Ramon Hulsbosch ook een exemplaar werd gevangen. Andere vondsten bleken echter te behoren tot het scherp distelknoopvlekje (E. hohenwartiana). De vlinders zijn over het algemeen vrij donker, met name het basaalveld (eerste deel van de voorvleugel) is voor een groot deel zwartgrijs van kleur. Alleen exemplaren met een grotendeels grijs basaalveld kunnen op uiterlijk tot E. balatonana worden gerekend. Afgevlogen en minder krachtig getekende exemplaren dienen op de karakteristieke geslachtsorganen (genitaliën) te worden onderzocht.

Groenen et al. (2018) vermelden de soort nieuw voor de Nederlandse fauna op basis van een exemplaar door Frans Cupedo verzameld te Geulle aan de rand van het Bunderbos op 11 juni 2016. Hier bleef het niet bij: in 2017 werd op 17 mei een exemplaar in de Vijlenerbossen gevangen, op 22 twee exemplaren te Valkenburg (beiden door Marcel Prick waargenomen) en wederom verscheen een exemplaar te Geulle op 20 juni (door Frans Cupedo). Zij stellen de naam bitterkruidknoopvlekje als Nederlandse naam voor. De naam verwijst naar de mogelijke waardplant van de soort. Over de levenswijze van de rups is nagenoeg weinig bekend.

Kortom, de soort komt zowel in Zuid- als Midden-Limburg voor en het is niet ondenkbaar dat er meer waarnemingen op zullen duiken als men kritisch naar de knoopvlekjes zal gaan kijken. Een eerder onderzoek van Agassiz en Langmaid (2004) wees al uit dat knoopvlekjes soms moeilijk van elkaar te scheiden zijn. Ook twee andere knoopvlekjes, Eucosma parvulana en E. fulvana, komen waarschijnlijk in Nederland voor. Hoewel laatstgenoemde recentelijk toch ook op DNA zo sterk op het scherp distelknoopvlekje (E. hohenwartiana) blijkt te lijken dat we hier kritisch mee om moeten gaan. Het is bij vervolgonderzoek niet alleen belangrijk om uit te zoeken óf de soort in ons land voorkomt maar ook hoe lang de soort mogelijk al over het hoofd wordt gezien.

Larikskegelmot
Op 11 mei 2016 ving Joop Schaffers drie exemplaren van Retinia perangustana op licht te Loenermark (Gelderland) van deze in Nederland niet eerder gevonden soort. Grijze bladrollers laten zich moeilijk van elkaar scheiden. De soort Retinia perangustana werd echter al wel verwacht als nieuwkomer voor Nederland omdat de soort de laatste decennia op meer plaatsen in Europa werd gevonden. Ook is al een aantal jaar in diverse collecties en op Waarneming.nl gekeken of de soort al er ongeluk onder de verkeerde naam was weggezet, eveneens is de oproep vanuit de Werkgroep Snellen gedaan in collecties uit te kijken naar de soort. Dit leverde vooralsnog niks op. Dat Joop dus 'ineens' welgeteld drie (!) exemplaren in zijn bezit bleek te hebben was een grote verrassing: de dichtstbijzijnde (voor ons tot nu toe bekende) vindplaatsen van de soort liggen overigens in het meest noordelijke deel en zuidwestelijke deel van Duitsland.

De vlinders hebben veelal onduidelijke roodbruine schubben in het gedeelte nabij de vleugelpunt en zijn verder grijs met een niet altijd even krachtig zichtbare witte tot grijswitte middenband. De rupsen leven in de kegels van lariks. Onder meer de herkenning, levenswijze en verspreiding in Europa wordt besproken in het artikel van Schaffers en Muus (2018). De voorgestelde Nederlandse naam is: larikskegelmot.

Splinterboogbladroller
Een relatief grote en wel zeer fraaie bladroller genaamd Acleris umbrana werd door Marcel Prick op 28 juni 2018 te Heerlen op licht gevangen. Enkele dagen later, op 1 juli, werd de soort ook gezien door een vlinderend gezelschap bestaande uit Wouter Bol, Luc Knijnsberg, Marcel Kok en John van Roosmalen in het Elzetterbos (deel van het Vijlenerbos). A. umbrana was nog niet eerder uit ons land gemeld. Beide vondsten worden genoemd in een nieuw artikel van Prick en Schreurs (2018). De soort heeft subtiele schubbenborstels op de vleugel en is overwegend roodbruin met grijsblauwe tekening. De twee Nederlandse exemplaren kunnen ook wel tot de variëteit lamprana worden gerekend die in 1930 door de Britse lepidopteroloog Sheldon werd beschreven. Het verschil in uiterlijk is in geen geval gelinkt aan het geslacht van de vlinders. De meer typische en dus duidelijkere exemplaren zijn volledig grijsbruin met een zwarte of ‘splinter’ veeg midden over de vleugel die in het midden door een lichte vlek is onderbroken. De rups leeft volgens het nieuwe artikel vermoedelijk op een groot scala aan verschillende struiken, echter waarschijnlijk gaat het – net als op de Britse eilanden – bij ons om sleedoorn als waardplant (Heckford 2011). Het is nog onduidelijk of de soort zich de komende jaren zal gaan uitbreiden, net als zijn voorgangers op sleedoorn, o.a. de in 2003 in ons land gevonden sleedoornhangmatmot (Lyonetia prunifoliella) en de intussen in heel Nederland gevonden zwartvlekwinteruil (Conistra rubiginosa). Laatstgenoemde uil leeft alleen als jonge rups op sleedoorn. In omringende landen is A. umbrana tevens een zeldzame vlinder.


Retinia perangustana verzameld op 11 mei 2016 (foto: Joop Schaffers)


Acleris umbrana op 1 juli 2018 te Elzetterbos (foto: John van Roosmalen)

Literatuur

▪  Groenen F, Prick M, Schreurs A en F Cupedo (2018). Eucosma balatonana (Lepidoptera: Tortricidae), een nieuwe soort voor de Nederlandse fauna. Entomologische Berichten 78(6): 218-220.

▪  Heckford RJ 2011. A review of Acleris umbrana (HB.) (Lep.: Tortricidae) in Great Britain since 1900. Entomologists Record and Journal of Variaton 123: 111-127

▪  Agassiz DJL & JR Langmaid 2004. The Eucosma hohenwartiana group of species (Tortricidae). Nota lepidopterologica 27(1): 41-49.

▪  Prick M & A Schreurs (2018). Splinterboogbladroller (Acleris umbrana) (Lepidoptera: Tortricidae): nieuw voor de Nederlandse fauna. Entomologische Berichten 78(6): 230-231.

  Schaffers J & TST Muus (2018). The Larch cone moth, Retinia perangustana (Lepidoptera: Tortricidae): a remarkable new species in the Netherlands. Entomologische Berichten 78(6): 221-225.



Categorie: Faunistiek | Terug naar nieuwsoverzicht | Ouder | 


 
 
 
  © All content copyright www.microlepidoptera.nl and allied photographers.